
14 februari 2010 – Een verdraagzame Valentijn?
Thierry Van KerckhovenOelegem, 14 februari 2010, Valentijnsdag en Jaarmarkt.
Sinds vanmorgen sneeuwt het terug. Ideaal voor een idyllische gezinsuitstap naar de Jaarmarkt in Oelegem.
Via een gladde Achterstraat banen wij ons een weg richting kerk. Net voor we op het dorpsplein aankomen, begroet de molen uit het
midden van de 19de eeuw ons aan de rechterzijde.
Vermits het “feest” is, is hij ook voorzien van zijn traditionele rode windlakens. Deze “bevlagging” geeft hem een zekere trots en eigenheid.
Het onderscheidt hem ook van andere windmolens. Hij “staat er” zonder daarom superieur te willen zijn aan andere windmolens.
We zetten onze tocht verder en komen aan op het dorpsplein.
Ondanks
de barre weersomstandigheden is er toch wel heel wat volk komen
opdagen. Volk dat de vlaamse traditie van jaarmarkten en
kermissen – en het eten van hamburgers en het drinken van jenever – wel weet te smaken.We draaien de Oudstrijdersstraat in op weg naar de tent van Jong N-VA.
Vanuit de andere richting komt een groepje jongeren. De leider draagt een Vlaamse Leeuwenvlag over zijn schouder en schreeuwt
luidkeels “Waai hoaten Marokkanen”.
Op zo’n moment overvalt me steeds een gevoel van walging.
Natuurlijk heeft iedereen op zich het recht op vrije meningsuiting, maar bovenstaande uitspraak is zo ongenuanceerd, dom en - in een besneeuwd Oelegem waar er kilometers ver geen “Marokkaan” te bekennen valt – totaal irrelevant, voor zover ze al relevant zou zijn in de
Seefhoek.
Erger nog dan de uitspraak op zich – je kan er immers niks aan doen indien je medeburger dom is – is het feit dat de Vlaamse
Leeuwenvlag en hierdoor ook het Vlaanderen waar de N-VA (en ikzelf) voor staan weeral eens totaal ten onrechte dreigt vereenzelvigd
te worden met een intolerant en racistisch Vlaanderen.
Deze ontering van de vlag en zijn achterliggende waarden blijft als een paard van Troje wegen op een verdere positieve bewustwording
van de Vlaming. Het blijft een reden waarom Vlamingen het vaak nog altijd moeilijk hebben om voor hun eigenheid uit te komen. Het blijft
voor sommigen ook zo een gemakkelijke (drog)reden om Vlamingen als een racistisch zootje af te schilderen in het buitenland. Een
buitenland waar we ons in het belang van onze toekomst meer en meer als “Vlaming in een eengemaakt Europa” moeten manifesteren.
Als ik volgend jaar op de Jaarmarkt van Oelegem opnieuw de hierboven aangehaalde en zelfverklaarde “Marokkanenhater” tegenkom,
hoop ik dan ook van harte dat hij van vlag veranderd is en een swastika over zijn rug draagt.
De walging die ik vandaag voelde zal zich dan hopelijk veralgemenen, zonder dat het de toekomst van mij en mijn kinderen in gevaar brengt.